Schild Sterkenburg

Achtergrondinformatie

Het kasteel

Kasteel Sterkenburg; de indeling en de instandhouding

Het landgoed Sterkenburg is zoals zovele kastelen en landgoederen een organisch gegroeid complex. Door de eeuwen heen veranderde het kasteel herhaaldelijk van uiterlijk. Bij veel kastelen verschoof gaandeweg de functie van verdedigingswerk naar lusthof en buitenplaats. Zo werd de burcht in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw telkens weer aangepast aan de toenmalige eisen van comfort. De grondvorm en fundering, grote delen van de muur, de kelders en de zo karakteristieke ronde toren hebben dit eeuwenlange proces echter vrijwel ongeschonden en ongewijzigd doorstaan. Van grote invloed was de verbouwing die omstreeks 1770 in opdracht van de familie Van Westrenen plaatsvond, waarbij op de grondvesten van het middeleeuwse kasteel een statig hoofdhuis met een strakke rechthoekige façade werd gebouwd. De aanpassingen uit de achttiende eeuw, waarbij ook de bijgebouwen en park en tuinen onder handen werden genomen, werden uitgevoerd onder auspiciën van de Utrechtse bouwmeester Jan Verkerk, bekend van o.a. het gebouw van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude in de Utrechtse Agnietenstraat. Tussen 1848 en 1867, toen Sterkenburg eigendom was van de familie Kneppelhout, vonden de laatste ingrijpende verbouwingen plaats en kreeg het kasteel zijn huidige uiterlijk.

Bijgebouwen
Zoals gebruikelijk bij kastelen en buitenplaatsen telde het landgoed Sterkenburg diverse bijgebouwen, waarvan sommige de tand des tijds hebben doorstaan en andere verloren zijn gegaan.

Zo was er ooit een kapel van Sterkenburg, gewijd aan de heilige Gangulphus, waar de bevolking van de heerlijkheid en het gerecht Sterkenburg ter kerke kon gaan. Deze kapel, die eerst in 1375 wordt vermeld stond schuin tegenover het kasteel (“staende bij den huese van Starckenborch”), op het perceel dat nog lange tijd als “kapellebos” of “kapellenakker” bekend stond, en sommige kasteelheren en -vrouwen van Sterkenburg zullen er hun laatste rustplaats hebben gevonden, zoals Oda van Amstel van Mijnden, echtgenote van Ernst van Isendoorn, in 1517. Eertijds bevond zich op de voorburcht (“bassecour”) van Sterkenburg een boerderij (met bierbrouwerij of “brouwhuis”), welke omstreeks 1730 verbouwd is tot het Westelijk Koetshuis (ook “bouwhuis” genaamd). Door verdere verbouwingen in de 18e en 19e eeuw heeft dit koetshuis zijn huidige vorm gekregen. De monumentale toegangspoort uit 1626, die op verschillende oude tekeningen en gravures nog goed is te zien, is helaas halverwege de negentiende eeuw gesloopt, het oostelijk koetshuis werd omstreeks 1925 afgebroken. Momenteel zijn het Westelijk Koetshuis (oorspronkelijk zeventiende-eeuws, dat met name door een verbouwing in 1854 zijn huidige vorm heeft gekregen en waarvan de restauratie thans vrijwel is afgerond), de fundering van het oostelijk koetshuis met een deel van de oude kademuur, de tuinmanswoning (vermoedelijk ten dele achttiende-eeuws, herbouwd of verbouwd in 1856), de duiventoren (gebouwd in 1862) en de Oranjerie (gebouwd in 1865) nog op het landgoed aanwezig. De duiventoren en Oranjerie maken, hoewel historisch onlosmakelijk met de ridderhofstad verbonden, formeel deel uit van een ander landgoed.

Park en tuinen
De historische tuin- en parkaanleg van het landgoed Sterkenburg is een representatief voorbeeld van een grotendeels in structuur en detail gaaf bewaard gebleven aanleg in landschapsstijl, hoogstwaarschijnlijk naar een ontwerp van de bekende landschapsarchitect Hendrik van Lunteren (1780-1848), binnen een nog in hoofdlijnen bestaande formele aanleg van lanen met beuken en eiken die in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw, ten tijde van de families Van Aeswijn en Van Westrenen, tot stand kwam. De rechthoekige basisvorm van het landgoed voert terug op de oorspronkelijke kavelstructuur van de twaalfde-eeuwse “cope”-ontginning.

Kort na 1829 werd het park aangepast door de toen kersverse eigenaar P.A. Hinlópen, waarbij onder meer de centrale zichtlijn werd verlengd en verbreed tot een glooiende, ogenschijnlijk oneindige, weide met glooiende contouren. De verlandschappelijking, die eind achttiende eeuw aanving, werd daadkrachtig voortgezet door K.J.F.C. Kneppelhout, die Sterkenburg in 1848 had verworven. Rond 1900 liet diens zoon C.J. Kneppelhout enige sloten dempen en het “grand canal” verlengen, dat vanaf de neogotische brug aan het begin van het voorplein langs de Oranjerie naar de slingersloot liep.

Het landgoed laat zich kenmerken door een grote natuurlijke variëteit: broekbos op natte gronden in het zuiden, aanwezigheid van weiden en open water en een grote dichtheid aan (dikwijls monumentale) bomen, zoals platanen, eiken, moerascipressen en de zeer zeldzame zwijnenkeutelperenboom. Deze rijkdom en variatie vormen samen een waardevol natuurgebied, waarin flora en fauna uitstekend gedijen.

Behalve de monumentale gebouwen zullen ook park en tuinen, nadat de overige restauratiewerkzaamheden zijn uitgevoerd, gerestaureerd en gerevitaliseerd worden. De Stichting Behoud Sterkenburg heeft in samenwerking met de Stichting tot behoud van Particuliere Historische Buitenplaatsen hiertoe het Masterplan Inrichting Buitenruimte Sterkenburg ontwikkeld, dat in december 2008 officieel werd gepresenteerd. Bij de totstandkoming van dit plan is zorgvuldig onderzoek verricht naar de geschiedenis van park en tuinen, naar de aanwezige flora en fauna en naar de wijze waarop deze natuurwaarden behouden en versterkt kunnen worden. In een zelfstandige rapportage is door Copijn Boomverzorging B.V. te Utrecht een bomenbeheerplan uitgewerkt, waarbij circa 265 bomen in kaart zijn gebracht en zijn onderzocht op conditie, stabiliteit en toekomstverwachting.

Dit masterplan zal dienen als leidraad voor de restauratie, revitalisatie en herinrichting van park en tuinen; tevens is dit plan van groot belang bij de aanvraag van noodzakelijke (monumenten)vergunningen bij de gemeente en subsidies.

Stichting Behoud Sterkenburg acht het zeer belangrijk dat, ondanks het feit dat het complex historische buitenplaats Sterkenburg —het oude landgoed zoals dat tot de splitsing in 1978 bestond— thans eigendom is van verschillende eigenaren, het toch de uitstraling heeft van één landgoed, waarbij visuele versnippering zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Restauratie van Kasteel Sterkenburg
De restauratiewerkzaamheden van de buitenplaats Sterkenburg vingen in 2006 aan met de restauratie van de negentiende-eeuwse moestuinmuren. Vervolgens  is begonnen met de restauratie van het Westelijk Koetshuis en het Tuinmanshuis. Het Koetshuis  verkeerde na een grote brand in 1976 in ruïneuze staat. In het Koetshuis zijn de oude ijsselsteentjes, na eerst integraal verwijderd te zijn, in dezelfde ruimte en in het oorspronkelijke visgraatpatroon teruggelegd. Het smeedijzeren hang- en sluitwerk is waar mogelijk gerestaureerd, in andere gevallen is het op ambachtelijke wijze opnieuw gesmeed naar voorbeeld van de nog aanwezige exemplaren. Een fraaie gemetselde waterput die bij het verwijderen van een betonvloer werd ontdekt is inmiddels weer op originele wijze in de vloer zichtbaar gemaakt; zo zijn er tal van opmerkelijke verrassingen die het Sterkenburg van weleer tot leven wekken.

Beide gebouwen werden bij het restaureren ontdaan van hun pleisterlaag, waardoor voor het eerst in vele decennia de verschillende bouwsporen van de afgelopen eeuwen aan het licht kwamen, laatstelijk die van de verbouwingen uit 1946, waarbij ook stalgedeelte van het Tuinmanshuis voor bewoning geschikt werd gemaakt en op weinig esthetische wijze werden gemoderniseerd. Bij het Koetshuis is weer teruggegrepen op de staat waarin het vóór deze betreurenswaardige modernisering verkeerde. Beide gebouwen zijn opnieuw gepleisterd en zijn in een warm okergeel geschilderd, de kleur die deze bijgebouwen in de negentiende eeuw kregen en bij de restauratie herhaaldelijk op oud pleisterwerk werd aangetroffen.

Het Kasteel is een aanzienlijk omvangrijker restauratieproject. Bij aanvang van de restauratie zag de Stichting zich geconfronteerd met doorhangende plafonds, verrot houtwerk, beschadigd stucwerk en marmer, ontbrekende of kapotte tegels en witjes en slechte gas-, water- en elektravoorzieningen. Er is bij het herstel gestreefd behoud voor vernieuwing te laten gaan: indien oude luiken, deurposten, plavuizen of kozijnen nog hersteld kunnen worden, verdient dit de voorkeur boven het laten reproduceren van deze onderdelen. Het interieur, dat in de afgelopen driekwart eeuw behoorlijk te lijden heeft gehad, is met oog voor detail vrijwel geheel gerestaureerd. Ook is de restauratie van de buitenzijde van het kasteel opgepakt, een grootschalig project dat gefaseerd wordt uitgevoerd. De vierkante toren – de eerste fase –  vergde veel meer aandacht dan aanvankelijk gepland. De wortels van de klimop bleken veel dieper de voegen binnengedrongen dan verwacht. De middeleeuwse ringmuur ter hoogte van de wintertuin is vervolgens grondig aangepakt evenals de daarbovenop gemetselde negentiende-eeuwse tuinmuur. De keukentrap was dermate bouwvallig dat besloten werd deze geheel te verwijderen. Terugplaatsing is een van de punten op het restauratieverlanglijstje.

In het voorjaar 2013 is met steun van het Prins Bernard Cultuurfonds het traptorentje en het dak van de ronde toren gerestaureerd. Een uitgebreid televisieverslag werd in oktober 2013 uitgezonden in het programma Max Monumentaal.

Met steun van het Fonds Erfgoedparels van de Provincie Utrecht is de dubbele brug naar het Kasteel in 2019 gerestaureerd.

Naast de keukentrap wachten ook het balkon van de Grote Zaal, de voorgevel van het Kasteel en de diverse bruggen op restauratie. 

Scroll naar top
  • Stuur ons een bericht

Kasteelsterkenburg.nl gebruikt cookies om uw bezoek op Kasteelsterkenburg.nl geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.

Financieel verslag 2016
Stichting Vrienden van de Historische Buitenplaats Sterkenburg

Financieel verslag 2016
Stichting tot behoud van de Historische Buitenplaats Sterkenburg

Nieuwsbrief kasteel Sterkenburg

Schrijf u nu in!